Technologische werkloosheid, mythe of werkelijkheid?

De sociale crisis van de industriële revolutie

Uiteindelijk heeft de mechanisering vanaf de industriële revolutie de welvaart enorm vooruit geholpen, maar dat is een vaststelling achteraf. In die periode van 250 jaar zijn er ook hele generaties geweest die verpauperden (Verelendung). Hun banen kwamen te vervallen of hun lonen werden uitgehold omdat machines veel efficiënter produceerden dan handwerkslieden. Het standaardvoorbeeld zijn de thuiswevers die niet opgewassen waren tegen de mechanisch aangedreven weefgetouwen in de stoomfabrieken. Ned Ludd (1779) was een thuiswever die in opstand kwam en fabrieken binnendrong om de fabrieksweefgetouwen te vernietigen. Het Luddisme werd een beweging. De Ludditen verzetten zich waarschijnlijk niet omdat ze iets tegen technologische vooruitgang op zich hadden. Ze werden echter door de introductie van de industriële productiewijze buitengesloten van het productieproces van geweven stoffen en waren daardoor niet meer in staat in hun levensonderhoud en dat van hun gezinnen te voorzien. Ze konden hun arbeidskracht in het begin ook niet verkopen aan de fabriekseigenaren omdat die in veel gevallen gebruik maakten van kinderarbeid, die veel goedkoper was. Nog steeds een standaardpraktijk in de kledingindustrie.

‘Engels’s Pause’

Het heeft in het begin van de 19e eeuw bijna 40 jaar geduurd voordat de sociale ontwrichting die de fabrieksmatige productie met zich meebracht enigszins was opgelost. De fabrieken werden meestal in en rondom steden gevestigd waardoor er migratie ontstond en arbeidskrachten van het platte land naar de steden trokken. Deze migratie zorgde voor een erbarmelijk leven  door slechte leefomstandigheden en huisvesting. Charles Dickens (1812-1870) heeft dat voor de situatie in Engeland – koploper in de industriële revolutie – uitputtend beschreven. Friedrich Engels (1820-1895) beschreef in 1844[1] ook de arbeidersklasse en stelde vast dat de enorme toename van het BBP in de periode sinds 1770 alleen terecht kwam bij de bezitters van de productiemiddelen. De loonontwikkeling bleef daar ver bij achter of kromp zelfs in sommige jaren tot 1840. Bovendien werden of bleven veel thuiswevers werkloos. Over de hele periode groeiden de lonen met 12% terwijl het geproduceerde BBP per arbeider groeide met 46%.[2] Deze periode is later door de onderzoeker Robert Allen gelabeld als ‘Engels’s Pause’: een periode waarin de mechanisatie haar intrede deed en zorgde voor massale werkloosheid, uitholling van lonen, verlies van arbeidsplaatsen en een onevenredige verdeling van het inkomen uit productie tussen de klassieke tweedeling kapitaal en arbeid.

De opkomst van de middenklasse

In onze moderne tijd is er sinds het begin van de automatisering zo rond 1980 ook sprake van een ‘Engels’s Pause’. De arbeidersklasse had zich in de jaren na WOI goed weten te organiseren en was na WOII een zodanige machtsfactor geworden dat ze steeds betere arbeidsvoorwaarden  kon afdwingen. Veel fabrieksarbeiders konden zodoende in de jaren 50-70 langzaam qua lonen doordringen tot de middenklasse. Het economisch onderscheid tussen blauwe- en witte boorden, nam af. Hun kinderen konden studeren en er was sprake van sociale mobiliteit waardoor die kinderen de maatschappelijke ladder konden beklimmen en rijker werden dan hun ouders. Na 1980 kwam daar verandering in. De automatisering en digitalisering deed zowel aan de lopende band als in de kantoren zijn intrede. De robotisering bedreigt sindsdien werk, loon en gelijkheid. Toch heeft de 20e eeuw als verdienste dat in het grootste gedeelte ervan een sterke welvarende middenklasse is ontstaan. De technologie heeft daar een groot aandeel in gehad doordat een efficiënter productiesysteem voor een enorme groei van de ‘output’ zorgde en dit vanaf de jaren 50 ook zorgde voor een betere verdeling van de opbrengsten die de welvarende middenklasse voortbracht.

Artificiële intelligentie als arbeidskracht

In een opzienbarend artikel dat de Oxford University onderzoekers Carl Benedict Frey en Michael Osborne in 2013 publiceerden, komen zij tot de conclusie dat in de voorzienbare toekomst 47% van de arbeidsplaatsen in de V.S. kunnen worden geautomatiseerd. Het onderzoek is gebaseerd op waarschijnlijkheidsanalyses van big data verzamelingen en is als nieuwe methodologie wetenschappelijk geaccepteerd. Voornamelijk door de introductie van ‘artificiële intelligentie’ in de automatisering kunnen veel meer menselijke taken worden geautomatiseerd. Via de AI-algoritmes zijn geautomatiseerde systemen van nu (anno 2019) zelflerend, kunnen patronen herkennen en cognitieve taken uitvoeren die niet op de klassieke algoritmische routines berusten. Een voorbeeld is het verslaan van de wereldkampioen Go-spelen nadat de AI-computer AlphaGo zichzelf had geleerd om de essentie van het spel te herkennen, zonder dat dit was terug te voeren op rekenregels. Het aantal mogelijke posities op een Go-bord is onvoorstelbaar groot. Als ieder atoom in het heelal een universum aan atomen zou herbergen, zouden er nog minder atomen zijn dan zetten in een Go-spel.[3] Het waren dus niet de mogelijke zetten, maar het patroon van lege ruimtes dat AlphaGo zichzelf leerde te doorgronden. Daarna was het voor de AI van AlphaZero – de algemeen toepasbare Go-versie – een koud kunstje om binnen 4 uur zichzelf schaken te leren en vervolgens iedere andere schaakcomputer te verslaan.

Een meer praktisch voorbeeld is de vorderingen in patroonherkenning door AI in de medische sector. Het diagnosticeren van typen longkanker door de analyse van beeldmateriaal van de patholoog gebeurt met een accuraatheid van 97% of de diagnose van huidziekten ook op basis van digitale beelden met een even grote nauwkeurigheid als de menselijke dermatoloog.[4] Het is niet alleen de nauwkeurigheid die frappeert, maar ook de verwerkingssnelheid die enorme hoeveelheden diagnoses in zeer korte tijd stelt. Dit maakt de menselijke diagnosticus niet overbodig maar ziektekostenverzekeraars zullen erop inzetten dat een groot aantal diagnoses wordt geautomatiseerd en dit zal leiden tot een uitstoot van arbeidsplaatsen, zelfs onder medici. Maar het zijn zeker niet op de eerste plaats de medici van wie de banen in de nabije toekomst worden bedreigd. Veel voorstelbaarder is het verlies van arbeidsplaatsen in de transportsector omdat in principe alle logistieke bewegingen (rijden/vliegen/varen) met AI kunnen worden geautomatiseerd. Daarnaast is in de ‘kleine logistiek’ de kassabediende en de order picker op korte termijn vervangbaar. Daarvoor moet wat de laatste betreft nog wel eerst de tactiliteit van de ‘Gripper’ (het gerobotiseerde 2-vingerig grijpsysteem) worden geperfectioneerd zodat hij onderscheid kan maken tussen bijvoorbeeld de breekbaarheid van een ei en massievere voorwerpen. Deze ontwikkelingen kunnen heel snel gaan zoals we hebben gezien bij het verdwijnen van Eastman-Kodak bij de overgang van analoge naar digitale fotografie.

AI als alleskunner

Carl Benedict Frey legt in zijn studie ‘The Technology Trap’ de nadruk op de brede toepasbaarheid van de AI-technologie. Het is een algemeen toepasbare technologie (GPT) zoals de stoommachine, de elektromotor, de verbrandingsmotor en de digitalisering dat waren of zijn. Ze neemt zowel manuele als mentale taken over  terwijl daarvoor geen vervangende arbeidsplaatsen ontstaan, zoals die bij de eerdere automatisering nog in de dienstverlening ontstonden. De arbeidsplaatsen die door AI verdwijnen zijn veelal laag-inkomen banen van mensen zonder specifieke vaardigheden en zonder al te veel opleidingsniveau. Door de eerste automatiseringsgolf – die in de jaren 90 nog voor een ongekende productiviteitsstijging zorgde – is het inkomen van de middenklasse na de dotcom crisis opnieuw behoorlijk uitgehold. In de V.S. zijn meerdere banen in een gezin nodig om de levensstandaard van de middenklasse van voor de jaren 80 van de vorige eeuw enigszins in stand te houden. De lonen van deze banen zijn sterk aan erosie onderhevig. Armoede en verpaupering in de VS nemen toe. De verwachting is dat deze trend zal doorzetten omdat banen door AI-robotisering – die nog in zijn kinderschoenen staat – kunnen worden overgenomen en er zich nog geen nieuwe beroepen aandienen zoals eerder in de dienstverlening. Een verwachting is echter geen voorspelling. Technologie heeft het in zich dat de gevolgen ervan op korte termijn worden overschat en op lange termijn worden onderschat. [5] De uitstoot van arbeid en de uitholling van lonen door AI-technologie zou dus minder ingrijpend kunnen zijn dan de berekeningen van Frey en Osborne doen verwachten. Maar gevolgen heeft het zeker, alleen de termijnen kunnen afwijken. Zoals de mechanisatie van de landbouw op termijn tot gevolg had dat van de 46% van de Amerikanen die in 1870 daarin emplooi vond, nu nog maar 1% is overgebleven.

AI als dystopie

Als AI-robotisering net zo om zich heen grijpt als de automatsering van de productie en de kantoren in de jaren 80-90 of de ontwikkeling van het smartphonegebruik in de afgelopen 10 jaar dan zal het van een orde zijn als tijdens ‘Engels’s Pause’ in het begin van de 19e eeuw. De sociale ontwrichting die ontstaat door het gebrek aan werk voor de laag- en middelbaar opgeleide bevolking zal dan mogelijk grote impact hebben op de sociale vrede. Het sentiment van de Ludditen kan weer opleven. Maar hoe vernietig je een AI-algoritme? Deze dystopie van een AI-revolutie kan niet onvermeld blijven omdat de indicatoren in die richting wijzen. Het zal veel vergen van onze sociale en politieke lenigheid en flexibiliteit op allerlei gebied om het werkgelegenheidsverlies op te vangen. We zullen korter ‘moeten’ gaan werken. Er zal een verdelingsmethode moeten worden gevonden om de consument in onze economieën van voldoende middelen (lonen) te voorzien om zijn rol te kunnen blijven spelen. Als er geen zingeving en persoonlijke identiteitsbepaling meer kan worden ontleend aan baan of beroep, ligt er massaal onbehagen op de loer. Een economie is ook altijd politiek en niet alleen een productiesysteem.

Tot slot

Technologische vooruitgang is het beste wat de mens heeft voortgebracht, maar ze kent ook haar beperkingen en sociaaleconomische verstoringen. Om te voorkomen dat we in haar val trappen (Technology Trap)[6] zoals aan het begin van de industriële revolutie, zijn er politieke oplossingen nodig. Regeringen kunnen bijdragen om de productiviteitsgroei te stimuleren. Het deel van de arbeidsbevolking dat de AI-automatiseringstransitie niet kan bijbenen moet worden geholpen. Een herijking van de mindset van de regeringen die het sociale vangnet van de welvaartsstaat ontwierpen, lijkt wenselijk.  Bijdragen aan de samenleving door belastingen op winsten en vermogens van alle bedrijven maar vooral van de technologiebedrijven, is zeer gewenst. (Whatsapp had 55 mensen in dienst toen het door Facebook voor 19 miljard dollar werd gekocht.[7]) De scheefgroei in inkomen en vermogensbezit zoals Thomas Piketty heeft laten zien, zal door een ongereguleerde exploitatie van AI-technologie toenemen. Het neoliberale concept van de vrije markt zal die scheefgroei niet teniet doen. Alleen een regulerende overheid kan via belastingen een rechtvaardiger verdeling bewerkstelligen.

Als AI-technologie de productiviteitsgroei op termijn weer gaat stimuleren en er allerlei nieuwe banen ontstaan die nu nog buiten ons voorstellingsvermogen liggen, zal de middenklasse zich weer van haar terugval kunnen herstellen. De vraag en de onzekerheid is of dit niet ten koste zal gaan van de generatie van de kinderen van de babyboomers en hun kinderen.

[1] ‘The condition of the Working-Class in England in 1844’, F. Engels, 1844
[2] ‘The Technology Trap’, p.113, Carl Benedict Frey, 2019
[3] O.C, p 302
[4] O.C. p 306
[5] O.C. p. 323
[6] O.C. p. 349
[7] De Groene Amsterdammer, 13 januari 2016, Casper Thomas

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s